Drie begrippen die je regelmatig tegenkomt in je boekhouding, maar die weinig met elkaar te maken hebben: forfaitair betekent een vast, wettelijk tarief in plaats van je werkelijke kosten. Gecrediteerd betekent dat een bedrag is teruggeboekt of verrekend, meestal via een creditfactuur. Een g-rekening is een geblokkeerde rekening waarmee je loonheffingen en btw afdekt, vooral in de bouw en de uitzendbranche.
In dit artikel leg ik elk begrip apart uit, met een concreet voorbeeld erbij. Zo weet je precies wanneer je met welk begrip te maken krijgt en wat het voor je administratie betekent.
Forfaitair: een vast tarief in plaats van de werkelijkheid
Forfaitair betekent dat de wet een vast bedrag of percentage voorschrijft, in plaats van dat je de werkelijke kosten of opbrengsten moet berekenen. Je rekent met een vastgesteld cijfer, ook als jouw situatie daar net iets van afwijkt.
Het voordeel is duidelijk: je hoeft geen ingewikkelde berekening te maken en de Belastingdienst hoeft niet elke individuele situatie te controleren. Het nadeel is dat een forfait soms nadeliger uitpakt dan je werkelijke cijfers, en soms juist voordeliger.
Een bekend voorbeeld is de forfaitaire btw-correctie voor privegebruik van de auto van de zaak. Gebruik je de auto ook privé en houd je geen rittenregistratie bij, dan reken je standaard 2,7 procent van de cataloguswaarde als correctie in je laatste btw-aangifte van het jaar.
Heb je de auto langer dan vier jaar in gebruik, dan geldt vanaf het vijfde jaar een verlaagd forfait van 1,5 procent. Datzelfde lagere percentage geldt ook als je bij aankoop geen btw hebt afgetrokken, bijvoorbeeld bij een marge-auto. Het volledige rekenvoorbeeld staat in het artikel over de btw-correctie bij privegebruik van de auto.
Een tweede voorbeeld is het forfaitair rendement in box 3 van de inkomstenbelasting. In plaats van je werkelijke rendement op spaargeld en beleggingen te belasten, rekent de Belastingdienst met vaste percentages per vermogenscategorie.
Voor 2026 gaat het voorlopig om 1,28 procent voor banktegoeden en 2,70 procent voor schulden, deze percentages worden begin 2027 definitief vastgesteld. Het percentage voor beleggingen en overige bezittingen staat al definitief vast op 6,00 procent. Over het saldo boven de vrijstelling van 59.357 euro per persoon betaal je 36 procent belasting. Bekijk de actuele percentages altijd op de pagina van de Belastingdienst over box 3.
Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager lag dan het forfait, dan kun je in bepaalde gevallen kiezen voor belasting over het werkelijke rendement. Dat is vaak alleen voordelig als je nauwelijks rendement hebt gehaald.
Een derde, minder besproken voorbeeld is de onbelaste reiskostenvergoeding. Je mag een vast bedrag per zakelijke kilometer vergoeden, ongeacht je werkelijke brandstofkosten, onderhoud of afschrijving.
Ook hier geldt het typische kenmerk van een forfait: rijd je een zuinige auto, dan houd je waarschijnlijk geld over. Rijd je juist een auto met hoog verbruik, dan schiet het vaste bedrag er misschien bij in.
Gecrediteerd: een bedrag teruggeboekt via een creditnota
Gecrediteerd betekent dat een bedrag administratief is teruggeboekt of verrekend, meestal met een creditnota of creditfactuur. Je verlaagt daarmee je omzet of het openstaande bedrag, zonder dat er per se geld wisselt van rekening.
Je crediteert in een paar terugkerende situaties. Denk aan een retour van een product, een verkeerd berekend btw-tarief, een achteraf toegekende korting, of een geannuleerde bestelling die al gefactureerd was.
Stel: je factureert een klant 1.000 euro exclusief btw voor een dienst die uiteindelijk maar half is geleverd. Je stuurt dan een creditnota van 500 euro exclusief btw, met een verwijzing naar het factuurnummer van de oorspronkelijke factuur.
Boekhoudkundig verwerk je die creditnota als een negatieve omzetregel, gekoppeld aan de oorspronkelijke factuur. Je btw-aangifte volgt automatisch: je draagt minder btw af, omdat de onderliggende omzet lager uitvalt. Het complete stappenplan staat in het artikel over de creditnota.
Je kunt volledig crediteren, waarbij je de hele factuur ongedaan maakt, of deels crediteren, waarbij alleen een deel van het bedrag wordt teruggeboekt. Bij een deelcreditering blijft de rest van de oorspronkelijke factuur gewoon staan en betaalbaar.
Bewaar elke creditnota net zo lang als je facturen: zeven jaar, volgens de algemene bewaarplicht voor je administratie. Zonder een goed gekoppelde creditnota kan de Belastingdienst bij een controle vragen stellen over het verschil tussen je omzet en je bankafschriften.
Het verschil met een terugbetaling is belangrijk om te snappen. Crediteren is een administratieve correctie van het bedrag dat je klant je schuldig is of was.
Terugbetalen is een echte geldstroom: je maakt het bedrag daadwerkelijk over naar de rekening van je klant. Je kunt crediteren zonder terug te betalen, bijvoorbeeld door het creditbedrag te verrekenen met een nieuwe factuur aan dezelfde klant.
Let op: crediteren is niet hetzelfde als een vordering afboeken omdat een klant niet betaalt. Bij een klant die simpelweg niet betaalt, werk je met een voorziening voor oninbare vorderingen, zoals uitgelegd in het artikel over dubieuze debiteuren. Daar corrigeer je niet de omzet zelf, maar zet je een verwachte oninbare vordering apart.
G-rekening: een geblokkeerde rekening tegen ketenaansprakelijkheid
Een g-rekening is een geblokkeerde bankrekening waarmee je een deel van een factuurbedrag apart zet voor loonheffingen en btw. Je gebruikt 'm vooral in de bouw en de uitzendbranche, waar personeel wordt ingeleend of uitgeleend via onderaannemers.
De reden achter de g-rekening heet ketenaansprakelijkheid, ook wel de Wet Ketenaansprakelijkheid. Betaalt een onderaannemer of uitlener zijn loonheffingen of btw niet, dan kan de Belastingdienst de opdrachtgever daarvoor aansprakelijk stellen, ook al heeft die de factuur al voldaan.
Stort de opdrachtgever een deel van het factuurbedrag rechtstreeks op de g-rekening van de onderaannemer, dan is de opdrachtgever voor dat deel gevrijwaard van aansprakelijkheid. De onderaannemer kan het geld op die rekening alleen gebruiken om loonheffingen en btw aan de Belastingdienst te betalen.
Concreet voorbeeld: een onderaannemer factureert 10.000 euro exclusief btw, plus 2.100 euro btw, in totaal 12.100 euro. De opdrachtgever maakt de 2.100 euro btw en een percentage van het factuurbedrag voor loonheffingen rechtstreeks over naar de g-rekening van de onderaannemer, en het restant naar de gewone zakelijke rekening.
Er is geen wettelijk vast percentage, maar er bestaan wel gangbare richtlijnen. Bij het inlenen van uitzendkrachten via een SNA-gecertificeerd uitzendbureau wordt vaak 25 procent van het factuurbedrag gestort, tegenover 55 procent bij een bureau zonder die certificering.
Bij onderaanneming in de bouw geldt vaak een storting van minimaal 40 procent van het loonkostenbestanddeel in de factuur. De inhurende partij bepaalt zelf het percentage, zolang het aansluit bij de werkelijke loonheffingen en btw die de onderaannemer moet afdragen.
De btw die de opdrachtgever op deze manier betaalt, trekt hij vervolgens gewoon af als voorbelasting in zijn eigen btw-aangifte. De storting op de g-rekening verandert niets aan dat recht op aftrek.
Een g-rekening is relevant voor aannemers, onderaannemers, uitzendbureaus en elke opdrachtgever die personeel inleent van een ander bedrijf. Werk je zelf als zzp'er zonder personeel in te lenen of uit te lenen, dan krijg je er meestal niet mee te maken.
Staat er meer op de g-rekening dan de onderaannemer nog aan loonheffingen en btw moet afdragen, dan kan hij een overschot laten deblokkeren. Dat vraag je aan met het formulier Verzoek deblokkering g-rekening bij de Belastingdienst.
De financiele verwerking van zo'n verzoek duurt doorgaans twee weken. Heb je nog openstaande aanslagen, dan kan dat langer duren, omdat de Belastingdienst het overschot eerst verrekent met wat je nog schuldig bent.
Hoe deze drie begrippen samenkomen in je administratie
Forfaitair, gecrediteerd en g-rekening lijken los van elkaar te staan, maar komen in de praktijk vaak samen voor in dezelfde factuurstroom. Je berekent een forfaitaire btw-correctie voor de auto, je crediteert een fout op een eerdere factuur en je zet een deel van een aannemersfactuur apart op een g-rekening, allemaal binnen dezelfde boekhoudperiode.
De gemeenschappelijke deler is dat elk begrip een vaste regel volgt die je administratie voorspelbaar houdt. Zodra je die regels kent, kost het correct verwerken weinig tijd en voorkom je discussies met de Belastingdienst of met je klant.
Wil je je hele administratie eens goed doorlichten, dan is het artikel over administratie op orde een goed startpunt. Daar staan de belangrijkste begrippen en verplichte documenten overzichtelijk bij elkaar.
Veelgemaakte fouten met deze begrippen
- Het verkeerde forfaitpercentage gebruiken bij de auto van de zaak, bijvoorbeeld 2,7 procent toepassen terwijl het vijfde jaar van gebruik al is aangebroken
- Een creditnota vergeten koppelen aan het oorspronkelijke factuurnummer, waardoor je btw-aangifte niet klopt
- Crediteren verwarren met een voorziening voor oninbare vorderingen
- Geen g-rekening gebruiken bij het inlenen van personeel, met het risico op aansprakelijkheid voor niet-betaalde loonheffingen
- Een overschot op de g-rekening laten staan zonder deblokkering aan te vragen, waardoor je onnodig liquiditeit vastzet
Kernpunten
- Forfaitair is een vast, wettelijk tarief in plaats van je werkelijke kosten, zoals 2,7 procent bij de auto van de zaak of het forfaitair rendement in box 3
- Gecrediteerd betekent dat je een bedrag teruggeboekt of verrekent via een creditnota, wat iets anders is dan een echte terugbetaling
- Een g-rekening is een geblokkeerde rekening voor loonheffingen en btw, vooral gebruikt in de bouw en de uitzendbranche om ketenaansprakelijkheid te beperken
- Een overschot op de g-rekening kun je laten deblokkeren met een aanvraag bij de Belastingdienst, verwerkingstijd doorgaans twee weken
- Alle drie de begrippen volgen vaste regels die je administratie voorspelbaar houden zodra je ze eenmaal kent
Deze drie begrippen duiken vaak op in dezelfde factuur of aangifte, maar vragen elk een andere aanpak in je boekhouding. Ken je het verschil, dan verwerk je forfaits, creditnota's en g-rekeningen zonder gedoe en zonder onnodige discussies met de Belastingdienst.
Twijfel je nog over een specifieke situatie, stel je vraag dan op het ondernemen-forum van CreativeDeals.
