Afschrijven verdeelt de kosten van een bedrijfsmiddel over de jaren dat je het gebruikt, in plaats van alles in één keer aftrekken. Je rekent met de aanschafwaarde min de restwaarde, gedeeld door de gebruiksduur, met fiscaal maximaal 20% per jaar. Dat betekent minimaal vijf jaar afschrijven.
Voor een bedrijfspand geldt een aparte afschrijvingsbeperking, en koop je iets van 450 euro of minder, dan trek je dat bedrag meteen in één keer af. In dit artikel lees je de rekenregels en concrete voorbeelden per soort bedrijfsmiddel.
Wat is afschrijven en waarom moet dat?
Afschrijven betekent dat je de aanschafkosten van een bedrijfsmiddel niet in één keer als kosten boekt, maar verspreidt over de jaren dat je het middel gebruikt in je onderneming.
De afschrijving geldt voor bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar meegaan, zoals een laptop, machine, auto, bedrijfspand of software. Verbruik je iets binnen een jaar, zoals kantoorartikelen, dan trek je dat gewoon direct af als kosten.
Het idee achter afschrijven is simpel: een laptop van 1.500 euro levert je niet alleen in het aankoopjaar waarde op, maar ook de jaren daarna. Door de kosten te spreiden, geeft je jaarwinst een realistischer beeld van hoe je onderneming ervoor staat.
Afschrijven verlaagt je fiscale winst elk jaar een beetje, in plaats van in één klap. Dat heeft ook gevolgen voor je liquiditeit: je betaalt de aanschaf vaak direct, maar trekt de kosten pas gespreid af.
Hoe bereken je de jaarlijkse afschrijving?
De basisformule voor afschrijven is: aanschafwaarde min restwaarde, gedeeld door de gebruiksduur in jaren. Dat bedrag trek je elk jaar af van je winst, tot het bedrijfsmiddel volledig is afgeschreven.
- Aanschafwaarde: wat je betaalt voor het bedrijfsmiddel, exclusief btw als je die kunt terugvragen
- Restwaarde: de geschatte waarde aan het einde van de gebruiksduur, bijvoorbeeld de verkoopwaarde
- Gebruiksduur: het aantal jaren dat je het bedrijfsmiddel naar verwachting gebruikt
Stel, je koopt een laptop van 1.500 euro, verwacht die vijf jaar te gebruiken en schat de restwaarde op 0 euro. Dan is je jaarlijkse afschrijving (1.500 - 0) / 5 = 300 euro per jaar.
Fiscaal geldt een harde grens: je mag maximaal 20% van de aanschafwaarde per jaar afschrijven. Dat komt neer op een gebruiksduur van minimaal vijf jaar, ook als je zelf denkt dat iets sneller waardeloos wordt.
Op deze regel bestaat een uitzondering voor startende ondernemers: de willekeurige afschrijving. Daarmee mag je in de eerste jaren sneller afschrijven dan de 20%-grens toestaat. Meer daarover lees je in het artikel over willekeurige afschrijving voor starters.
De 450 euro-grens: wanneer trek je direct af?
Kost een bedrijfsmiddel 450 euro of minder, exclusief btw, dan mag je het volledige bedrag in één keer aftrekken in het jaar van aankoop. Je hoeft dan niet af te schrijven over meerdere jaren.
Dit is vooral handig bij kleinere aanschaffen, zoals een toetsenbord, een bureaustoel of gereedschap. Het scheelt administratie en je profiteert meteen van de volledige aftrek.
Koop je meerdere kleine spullen die samen één functioneel geheel vormen, bijvoorbeeld een complete werkplek, dan telt de Belastingdienst het totaalbedrag mee. Ligt dat totaal boven 450 euro, dan schrijf je toch gewoon af.
Bekijk voor de actuele regels rond de investeringsgrens altijd de officiële toelichting op belastingdienst.nl.
Afschrijven van een laptop of computer
Een laptop schrijf je meestal af over drie tot vijf jaar, afhankelijk van hoe snel het apparaat verouderd raakt en hoe intensief je het gebruikt.
Koop je een laptop van 2.000 euro en reken je op een gebruiksduur van vier jaar met een restwaarde van 200 euro, dan is je jaarlijkse afschrijving (2.000 - 200) / 4 = 450 euro.
Werk je met apparatuur die snel technisch verouderd is, zoals bepaalde IT-hardware, dan kun je in de praktijk een kortere gebruiksduur aanhouden, zolang je binnen de fiscale grens van maximaal 20% per jaar blijft.
Afschrijven van een bedrijfspand
Voor een bedrijfspand gelden strengere regels dan voor een laptop of machine. Je mag namelijk niet afschrijven tot onder de zogeheten bodemwaarde.
Gebruik je het pand zelf voor je onderneming, dan ligt die bodemwaarde sinds 1 januari 2024 op 100% van de WOZ-waarde, gelijk aan de bodemwaarde voor een verhuurd pand. Dat betekent dat je op een pand in eigen gebruik vaak helemaal niet meer kunt afschrijven zodra je die grens bereikt. Heb je het pand vóór 2024 al in eigen gebruik genomen en had je op dat moment nog geen drie volledige jaren afgeschreven, dan mag je die drie jaar nog de oude bodemwaarde van 50% van de WOZ-waarde aanhouden.
Ook hier geldt de 20%-grens per jaar niet altijd als praktisch plafond: bij een bedrijfspand is de werkelijke gebruiksduur vaak veel langer dan vijf jaar, waardoor de jaarlijkse afschrijving in de praktijk een stuk lager uitvalt dan bij kortlopende bedrijfsmiddelen.
De grond onder het pand schrijf je nooit af, omdat grond in principe niet in waarde vermindert door gebruik.
Afschrijven van goodwill
Koop je een bestaande onderneming of een klantenbestand over, dan betaal je vaak meer dan de waarde van de losse bedrijfsmiddelen. Dat verschil heet goodwill, en ook goodwill schrijf je fiscaal af.
Voor goodwill geldt een specifieke regel: je mag maximaal 10% per jaar afschrijven, dus minimaal tien jaar. Dat is de helft van het percentage dat voor gewone bedrijfsmiddelen geldt.
Neem je bijvoorbeeld een webshop over met 20.000 euro goodwill, dan schrijf je daar maximaal 2.000 euro per jaar op af, verspreid over minimaal tien jaar.
Afschrijven van zonnepanelen
Zonnepanelen die je als ondernemer op je bedrijfspand of bedrijfswoning aanschaft, zijn een bedrijfsmiddel en volgen dus de gewone afschrijvingsregels: maximaal 20% per jaar, dus minimaal vijf jaar.
In de praktijk gaan zonnepanelen vaak 20 tot 25 jaar mee, maar fiscaal mag je niet trager afschrijven dan die minimale vijf jaar als je de volledige aftrek zo snel mogelijk wilt benutten. Je mag wel over een langere periode afschrijven als dat beter aansluit bij de werkelijke gebruiksduur.
Naast de gewone afschrijving komt bij zonnepanelen vaak ook investeringsaftrek in beeld, zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Dat is een extra fiscaal voordeel naast de afschrijving zelf.
Afschrijven versus investeringsaftrek (KIA)
Afschrijven en investeringsaftrek zijn twee losse regelingen die je vaak wel samen toepast, maar die niet hetzelfde doel hebben.
Afschrijven is verplicht boekhoudkundig: je verdeelt de kosten van een bedrijfsmiddel over de gebruiksjaren, zodat je winst realistisch blijft.
Investeringsaftrek, zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), is een extra fiscale aftrekpost die je bovenop de normale afschrijving krijgt in het jaar dat je investeert. Je verlaagt daarmee je winst extra, zonder dat het iets afdoet aan de gewone afschrijving.
Investeer je in 2026 bijvoorbeeld 20.000 euro in bedrijfsmiddelen, dan schrijf je dat bedrag gewoon jaarlijks af volgens de normale regels, maar krijg je daarnaast eenmalig een extra aftrekpost via de KIA. Zo verlaagt de investering je winst dus dubbel: via de afschrijving en via de investeringsaftrek.
Meer over hoe deze aftrekposten samen je totale belastingdruk beïnvloeden lees je in het artikel over belasting voor zzp'ers en ondernemers.
Desinvesteringsbijtelling: let op bij snelle verkoop
Heb je investeringsaftrek gekregen voor een bedrijfsmiddel en verkoop je dat middel binnen vijf jaar na aanschaf, dan kan de Belastingdienst een deel van die aftrek terugvorderen.
Deze terugvordering heet de desinvesteringsbijtelling. Je telt dan een percentage van de verkoopopbrengst bij je winst op in het jaar van verkoop, als correctie op het eerder genoten fiscale voordeel.
Deze regel is er om te voorkomen dat ondernemers investeringsaftrek claimen en het bedrijfsmiddel daarna meteen weer verkopen. Houd hier dus rekening mee als je overweegt een net aangeschafte machine, auto of installatie snel weer van de hand te doen.
Stop je juist helemaal met je onderneming en verkoop je al je bedrijfsmiddelen, dan speelt naast de desinvesteringsbijtelling ook de stakingswinst een rol. Lees daarover meer in het artikel over stakingswinst berekenen bij bedrijfsbeëindiging.
Veelgestelde vragen
Wat is afschrijven en waarom mag je dat?
Afschrijven betekent dat je de kosten van een bedrijfsmiddel niet in één keer aftrekt, maar verspreidt over de jaren dat je het gebruikt. Dat geeft een beter beeld van je werkelijke winst per jaar, omdat de aanschaf van een laptop of machine ook meerdere jaren waarde oplevert. Fiscaal mag je maximaal 20% per jaar afschrijven, dus minimaal vijf jaar.
Hoe bereken je de jaarlijkse afschrijving?
Je trekt de restwaarde af van de aanschafwaarde en deelt dat bedrag door de verwachte gebruiksduur in jaren. Koop je een laptop van 1.500 euro met een restwaarde van 0 euro en een gebruiksduur van vijf jaar, dan schrijf je 300 euro per jaar af.
Wat is de 450 euro-grens bij investeringen?
Kost een bedrijfsmiddel 450 euro of minder exclusief btw, dan mag je het bedrag in één keer volledig aftrekken van de winst, in het jaar van aankoop. Je hoeft dan niet af te schrijven over meerdere jaren. Kost het bedrijfsmiddel meer dan 450 euro, dan geldt de gewone afschrijvingsregel.
Wat is het verschil tussen afschrijven en investeringsaftrek?
Afschrijven verdeelt de aanschafkosten van een bedrijfsmiddel over de gebruiksjaren en is verplicht boekhoudkundig. Investeringsaftrek, zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), is een extra fiscale aftrekpost naast de afschrijving, bovenop de normale kosten, die je winst verder verlaagt in het investeringsjaar.
Wat gebeurt er als je een bedrijfsmiddel snel weer verkoopt?
Verkoop je een bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na aanschaf waarvoor je investeringsaftrek hebt gekregen, dan krijg je mogelijk een desinvesteringsbijtelling. Je moet dan een deel van de eerder genoten aftrek terugbetalen via een optelling bij je winst in het jaar van verkoop.
Kernpunten
- Afschrijven verdeelt de aanschafwaarde min de restwaarde over de gebruiksduur, fiscaal maximaal 20% per jaar
- Bedrijfsmiddelen tot 450 euro exclusief btw trek je in één keer af, zonder af te schrijven
- Een bedrijfspand kent een afschrijvingsbeperking via de bodemwaarde, grond schrijf je nooit af
- Goodwill schrijf je maximaal 10% per jaar af, dus minimaal tien jaar
- Investeringsaftrek is een extra fiscaal voordeel naast de gewone afschrijving, geen vervanging ervan
- Verkoop je een bedrijfsmiddel te snel na investeringsaftrek, dan riskeer je een desinvesteringsbijtelling
Afschrijven lijkt op het eerste gezicht een saaie boekhoudregel, maar het bepaalt direct hoeveel belasting je jaarlijks betaalt en hoe je investeringen op papier terugkomen. Reken de afschrijving per bedrijfsmiddel goed door en houd rekening met de 450 euro-grens, de bodemwaarde bij een pand en de termijn van tien jaar bij goodwill.
Twijfel je over de juiste gebruiksduur of restwaarde bij een specifieke investering, leg je situatie dan voor aan een boekhouder, of stel je vraag op het ondernemen-forum van CreativeDeals.
