Naar hoofdinhoud
Home/Blog/Uitbesteden en inhuren: contracten, tarieven en de juiste platforms/Wet VBAR: wat verandert er voor zzp'ers en opdrachtgevers?
Ondernemen

Wet VBAR: wat verandert er voor zzp'ers en opdrachtgevers?

A
Angelo van Cleef
·13 juli 2026·Bijgewerkt op 18 augustus 2026·8 min leestijd
Wet VBAR: wat verandert er voor zzp'ers en opdrachtgevers?
Direct antwoord
De Wet VBAR (verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) was bedoeld als opvolger van de Wet DBA, maar is in 2026 gesplitst. Alleen het rechtsvermoeden van loondienst is wet geworden: werk je onder een bepaald uurtarief (rond de 38 euro, peildatum 1 januari 2026), dan kun je je op een arbeidsovereenkomst beroepen en moet je opdrachtgever aantonen dat er geen dienstverband is. Het verduidelijkingsdeel, met criteria zoals inbedding in de organisatie en werken voor eigen rekening en risico, is geschrapt en doorgeschoven naar de aangekondigde Zelfstandigenwet. Tot die er is, blijft de beoordeling van schijnzelfstandigheid gebaseerd op de Wet DBA en de rechtspraak van de Hoge Raad.

De Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) is niet in één stuk ingevoerd. Het oorspronkelijke wetsvoorstel VBAR bundelde duidelijkere criteria voor de beoordeling van arbeidsrelaties met een rechtsvermoeden van werknemerschap onder een laag uurtarief. In 2026 knipte het kabinet dat pakket door.

Alleen het rechtsvermoeden op basis van uurtarief is wet geworden. De verduidelijkingscriteria zijn geschrapt en verhuizen naar een aangekondigde Zelfstandigenwet. Deze gids legt uit wat dat betekent voor zzp'ers en opdrachtgevers, en hoe het zich verhoudt tot de bestaande handhaving.

Wat je in deze gids leert

Deze gids is voor zzp'ers en opdrachtgevers die willen weten wat de Wet VBAR concreet verandert en wat inmiddels wel en niet geldt.

  • Wat het wetsvoorstel VBAR oorspronkelijk regelde
  • Waarom er een opvolger van de Wet DBA kwam
  • De actuele status: wat is aangenomen en wat is uitgesteld
  • Hoe het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief werkt
  • Wat opdrachtgevers en zelfstandigen nu al kunnen doen

De beoordeling van arbeidsrelaties is een van de kernvragen bij het uitbesteden en inhuren van werk. De Wet VBAR grijpt precies daarop in.

Wat is de Wet VBAR?

De Wet VBAR is de wet die de beoordeling van arbeidsrelaties duidelijker moest maken en de positie van laagbetaalde schijnzelfstandigen moest versterken. VBAR staat voor Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden. In de zzp-wetgeving is deze voorgestelde wet lang gezien als de opvolger van de Wet DBA.

Het wetsvoorstel VBAR had twee gezichten. Het eerste deel bevatte criteria die scherper afbakenen wanneer iemand werknemer is en wanneer iemand echt zelfstandige is. Het tweede deel introduceerde een rechtsvermoeden: verdien je onder een bepaald uurtarief, dan word je vermoed werknemer te zijn.

Beide onderdelen kwamen voort uit dezelfde ambitie, namelijk schijnzelfstandigheid te voorkomen zonder echte ondernemers te raken. In de praktijk bleek juist het verduidelijkingsdeel het lastigst en politiek het gevoeligst.

Belangrijk om te weten: de Wet VBAR vervangt de fiscale beoordeling van de Wet DBA niet. Ze was bedoeld als aanvulling daarop, met eigen criteria en een civielrechtelijk vermoeden.

Waarom een opvolger van de Wet DBA?

De directe aanleiding is jarenlange onduidelijkheid over de vraag wanneer iemand zzp'er is en wanneer werknemer. De Wet DBA moest die vraag beantwoorden, maar leidde vooral tot verwarring en een handhavingsmoratorium dat jaren duurde.

Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Bij een verkapt dienstverband kan de fiscus loonheffingen naheffen bij de opdrachtgever, met naheffingen en boetes als gevolg. Die hervatte handhaving verhoogde de druk om de regels helderder te maken.

Wij behandelen die fiscale kant, inclusief de handhaving op schijnzelfstandigheid, uitgebreid in onze gids over de Wet DBA en schijnzelfstandigheid. Deze VBAR-gids gaat over wat daarnaast wettelijk verandert, dus niet over de handhaving zelf.

Ook de rechtspraak duwde mee. De Hoge Raad oordeelde in het Deliveroo-arrest dat je alle omstandigheden samen moet wegen om een arbeidsrelatie te kwalificeren. De Wet VBAR wilde dat holistische kader in duidelijke criteria vastleggen.

Wat is er van de Wet VBAR overgebleven?

Van het oorspronkelijke wetsvoorstel VBAR is alleen het rechtsvermoeden op basis van uurtarief daadwerkelijk wet geworden. Het verduidelijkingsdeel is er via een nota van wijziging uitgehaald.

De volgorde is als volgt. Het kabinet diende het wetsvoorstel op 4 juli 2025 in bij de Tweede Kamer. Op 10 maart 2026 volgde een wijziging waarmee de verduidelijkingscriteria uit het voorstel werden geschrapt.

Wat overbleef, ging als zelfstandig wetsvoorstel verder onder de naam Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. De Tweede Kamer nam dit op 21 april 2026 aan, de Eerste Kamer op 16 juni 2026.

Een harde ingangsdatum staat niet in de wet. De inwerkingtreding wordt bij koninklijk besluit bepaald en kan per onderdeel verschillen, mede afhankelijk van de uitvoerbaarheid. Noem dus geen definitieve datum: die is er formeel nog niet.

De geschrapte verduidelijking is niet van tafel. Minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil die criteria onderbrengen in een nieuwe Zelfstandigenwet. Zolang die zzp-wet er niet is, blijft de beoordeling rusten op de Wet DBA en de jurisprudentie van de Hoge Raad.

Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief

Het rechtsvermoeden geeft werkenden met een laag uurtarief een sterkere positie. Werk je onder de tariefgrens, dan word je vermoed een arbeidsovereenkomst te hebben en kun je bij de rechter aanspraak maken op werknemersrechten.

De grens ligt op ongeveer 38 euro per uur, met 1 januari 2026 als peildatum. Dat bedrag wordt periodiek bijgesteld, gekoppeld aan de stijging van het minimumloon, dus het exacte tarief verschuift in de tijd.

De kern zit in de bewijslast. Maak je aannemelijk dat je onder de tariefgrens werkt, dan is het aan de opdrachtgever om te bewijzen dat er geen dienstverband is. Zonder dat tegenbewijs geldt het vermoeden van loondienst.

Dit is een civielrechtelijk instrument, geen fiscaal. De werkende moet er zelf een beroep op doen, meestal bij de kantonrechter. Het is dus iets anders dan de handhaving door de Belastingdienst, die langs de Wet DBA loopt.

Boven de tariefgrens verandert er via dit rechtsvermoeden niets. Verdien je meer dan ongeveer 38 euro per uur, dan geldt gewoon de normale beoordeling van de arbeidsrelatie, zonder omgekeerde bewijslast.

Voor de meeste hoogopgeleide zelfstandigen met een marktconform tarief verandert het rechtsvermoeden in de praktijk weinig. De maatregel richt zich vooral op de onderkant van de markt, waar schijnzelfstandigheid het vaakst voorkomt.

De uitgestelde toetsingscriteria

De verduidelijkingscriteria die uit de Wet VBAR zijn geschrapt, blijven inhoudelijk relevant. Ze schetsen namelijk hoe het kabinet de beoordeling van arbeidsrelaties wil vormgeven, straks via de Zelfstandigenwet.

Het voorgestelde toetsingskader weegt drie elementen. Ten eerste de werkinhoudelijke aansturing: is er een gezagsverhouding waarin de opdrachtgever instructies geeft en toezicht houdt, zoals een werkgever dat zou doen?

Ten tweede de organisatorische inbedding: is het werk, gezien de aard van de werkzaamheden, structureel ingebed in de organisatie, of staat het daar los van? Deze twee samen bepalen grotendeels de kwalificatie van de arbeidsrelatie en wijzen richting een arbeidsovereenkomst.

Ten derde het werken voor eigen rekening en risico. Investeer je zelf, loop je ondernemersrisico en heb je meerdere opdrachtgevers? Deze indicatoren van ondernemerschap zeggen iets over de mate van zelfstandigheid en wijzen juist op echt ondernemerschap.

Een terugkerend twistpunt is of dat ondernemerschap een volwaardig criterium mag zijn dat zwaar meeweegt, of slechts een hulpmiddel bij twijfel. Dat debat is een belangrijke reden waarom dit deel is uitgesteld.

Tot de Zelfstandigenwet er is, moet je de arbeidsrelatie beoordelen langs de Wet DBA en het holistische kader van de Hoge Raad. De criteria hierboven zijn een goede leidraad, maar hebben nog geen eigen wettelijke basis.

Wat moeten opdrachtgevers en zzp'ers doen?

Wacht niet op de definitieve wetgeving. De fiscale handhaving loopt al en het rechtsvermoeden is aangenomen, dus de risico's zijn nu al reëel voor beide partijen.

Begin met een eerlijke blik op de feitelijke arbeidsrelatie. Papier is niet doorslaggevend: het gaat om hoe je in de praktijk samenwerkt, om gezag, inbedding en het lopen van eigen risico.

Leg de afspraken vast in een heldere opdrachtovereenkomst die past bij echte zelfstandigheid, en zorg dat de praktijk daar ook naar handelt. Een overeenkomst van opdracht die niet klopt met de werkelijkheid biedt weinig bescherming.

Huur je via een bureau of intermediair in, controleer dan of de constructie klopt. Bij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten speelt bijvoorbeeld de Waadi-registratie, een verplichting die losstaat van de Wet VBAR maar in dezelfde inhuurpraktijk terugkomt.

Werk je structureel met dezelfde opdrachtgevers, leg de samenwerking dan af tegen een master service agreement. Een goed raamcontract dwingt je om de rolverdeling scherp te benoemen en helpt schijnzelfstandigheid te herkennen.

Verdien je als zelfstandige onder de tariefgrens, weeg dan bewust hoe zelfstandig je positie echt is. Het rechtsvermoeden kan in jouw voordeel werken, maar geeft ook aan dat de arbeidsrelatie kwetsbaar kan zijn.

Veelgestelde vragen

Wat is de Wet VBAR?

De Wet VBAR staat voor Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden. Het oorspronkelijke wetsvoorstel bundelde duidelijkere criteria om te bepalen of iemand werknemer of zzp'er is, en een rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald uurtarief. In 2026 is dat voorstel gesplitst. Het verduidelijkingsdeel is geschrapt en verschoven naar een aangekondigde Zelfstandigenwet, terwijl alleen het rechtsvermoeden op basis van uurtarief wet is geworden.

Wanneer gaat de Wet VBAR in?

Er is geen harde ingangsdatum. Het rechtsvermoeden op basis van uurtarief is op 21 april 2026 door de Tweede Kamer en op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen en gepubliceerd in het Staatsblad. De daadwerkelijke inwerkingtreding wordt bij koninklijk besluit bepaald, mede afhankelijk van de uitvoerbaarheid voor de praktijk. De verduidelijkingscriteria komen pas later, via de Zelfstandigenwet.

Wat verandert er per 1 januari 2026 voor zzp'ers?

Fiscaal handhaaft de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer op schijnzelfstandigheid via de Wet DBA. Het rechtsvermoeden voegt daar een civielrechtelijke route aan toe: werk je onder ongeveer 38 euro per uur (peildatum 1 januari 2026), dan kun je bij de rechter makkelijker claimen dat er een arbeidsovereenkomst is. Boven dat tarief verandert er via het rechtsvermoeden niets.

Hoe lang mag je als zzp'er voor 1 opdrachtgever werken?

Er staat geen wettelijk maximum aantal maanden in de wet. Werken voor een enkele opdrachtgever is toegestaan, maar het is wel een van de signalen waar de Belastingdienst naar kijkt bij schijnzelfstandigheid. Doorslaggevend is de feitelijke arbeidsrelatie: de mate van gezag, de inbedding in de organisatie en of je voor eigen rekening en risico werkt.

Wat is het verschil tussen de Wet VBAR en de Wet DBA?

De Wet DBA regelt de fiscale beoordeling of iemand echt zelfstandige is, en is de basis waarop de Belastingdienst handhaaft. De Wet VBAR was bedoeld als aanvulling: duidelijkere criteria plus een rechtsvermoeden. Van dat pakket is nu alleen het rechtsvermoeden ingevoerd. De Wet DBA blijft de kern van de fiscale beoordeling en handhaving.

Kernpunten

  • De Wet VBAR is gesplitst: alleen het rechtsvermoeden op basis van uurtarief is wet geworden
  • Het verduidelijkingsdeel is geschrapt en verschuift naar een aangekondigde Zelfstandigenwet
  • Onder ongeveer 38 euro per uur (peildatum 1 januari 2026) geldt een vermoeden van loondienst met omgekeerde bewijslast
  • Het rechtsvermoeden is civielrechtelijk; de fiscale handhaving loopt los daarvan via de Wet DBA
  • Een harde ingangsdatum ontbreekt: de inwerkingtreding volgt bij koninklijk besluit

De Wet VBAR laat zien hoe lastig de afbakening tussen werknemer en zelfstandige blijft. Het makkelijkste deel, het rechtsvermoeden, is ingevoerd; het moeilijkste deel, de criteria zelf, is doorgeschoven naar de Zelfstandigenwet.

Beoordeel daarom nu al eerlijk hoe zelfstandig je samenwerkingen echt zijn. Heb je een vraag over inhuren of je opdrachtovereenkomst, stel die dan op het ondernemen-forum van CreativeDeals.

Gerelateerde artikelen

Bronnen

A
Geschreven door
Professioneel full-stack developer & oprichter van CreativeDeals

Angelo van Cleef is full-stack developer met 25+ jaar ervaring in o.a. PHP, JavaScript, TypeScript en Golang. Hij combineert softwareontwikkeling met SEO, SEA en platformgroei. Op het CreativeDeals-blog deelt hij praktische kennis voor ondernemers en developers.

Online:
Fabian