Naar hoofdinhoud
Home/Blog/Uitbesteden en inhuren: contracten, tarieven en de juiste platforms/Schijnzelfstandigheid en de Wet DBA: risico's voor zzp'er en opdrachtgever
Ondernemen

Schijnzelfstandigheid en de Wet DBA: risico's voor zzp'er en opdrachtgever

A
Angelo van Cleef
·20 juli 2026·Bijgewerkt op 9 juli 2026·10 min leestijd
Schijnzelfstandigheid en de Wet DBA: risico's voor zzp'er en opdrachtgever
Direct antwoord
Van schijnzelfstandigheid is sprake als een zzp'er formeel als zelfstandige werkt, maar de arbeidsrelatie in de praktijk een dienstverband is. De Belastingdienst handhaaft hier sinds 1 januari 2025 weer actief op via de Wet DBA. Zowel opdrachtgever als opdrachtnemer loopt risico: de opdrachtgever kan een naheffing loonheffingen krijgen, de zzp'er verliest ondernemersvoordelen. Beoordeel de relatie op gezag, persoonlijke arbeid en beloning, en leg afspraken vast in een (model)overeenkomst.

Schijnzelfstandigheid betekent dat een zzp'er op papier zelfstandig werkt, maar in de praktijk feitelijk in loondienst is. De Belastingdienst handhaaft hier sinds 1 januari 2025 weer volledig op, via de Wet DBA.

Zowel de opdrachtgever als de zzp'er loopt risico. De opdrachtgever kan een naheffing loonheffingen krijgen, de zzp'er kan met terugwerkende kracht ondernemersvoordelen kwijtraken.

In dit artikel lees je wat schijnzelfstandigheid inhoudt, hoe de handhaving nu werkt, welke drie criteria bepalen of er sprake is van een dienstverband, en hoe je het als opdrachtgever en als zzp'er voorkomt.

Wat is schijnzelfstandigheid precies?

Schijnzelfstandigheid ontstaat als een zzp'er en een opdrachtgever een opdrachtovereenkomst hebben getekend, terwijl de manier van werken feitelijk hoort bij een arbeidsovereenkomst.

Denk aan een zzp'er die dagelijks op kantoor zit, dezelfde uren draait als het personeel, werkt onder aansturing van een leidinggevende en niet zelf een vervanger mag sturen. Op papier ondernemer, in de praktijk werknemer.

De Belastingdienst en de rechter kijken niet naar de titel van het contract, maar naar de feitelijke uitvoering. Staat er "opdrachtovereenkomst" boven het document, maar werkt iemand feitelijk als werknemer, dan telt de praktijk zwaarder dan het papier.

Dat maakt schijnzelfstandigheid lastig te voorkomen met alleen een goed contract. De praktijk moet ook echt kloppen met wat er is afgesproken.

Een voorbeeld ter illustratie. Een marketingbureau huurt een zzp'er in als tekstschrijver, met een opdrachtovereenkomst waarin resultaat centraal staat. In de praktijk werkt de tekstschrijver echter negen tot vijf op kantoor, krijgt hij dagelijks taken van een teamleider en mag hij zich niet laten vervangen. Op papier een opdracht, in de praktijk gewoon een baan.

De Wet DBA en het einde van het handhavingsmoratorium

De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, kortweg Wet DBA, regelt sinds 2016 hoe opdrachtgevers en zzp'ers vooraf zekerheid kunnen krijgen over hun arbeidsrelatie.

Jarenlang gold een handhavingsmoratorium. De Belastingdienst controleerde wel, maar legde bij schijnzelfstandigheid meestal alleen een waarschuwing op, geen naheffing of boete, behalve bij kwaadwillendheid.

Dat moratorium is voorbij. Vanaf 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Bij een controle kan direct een correctieverplichting of een naheffingsaanslag loonheffingen volgen, zonder eerste waarschuwing.

Over heel 2025 legde de Belastingdienst geen vergrijp- of verzuimboetes op. Een verzuimboete blijft ook in 2026 achterwege, maar sinds 1 januari 2026 kan de Belastingdienst wel een vergrijpboete opleggen, tot 100 procent van de naheffing, als er sprake is van opzet of grove schuld.

Naheffen gebeurt in principe niet verder terug dan 1 januari 2025. Alleen bij kwaadwillendheid, of als een eerdere aanwijzing van de Belastingdienst niet is opgevolgd, loopt de naheffingstermijn op tot 5 jaar terug. Zie de aankondiging van de Rijksoverheid en de handhavingspagina van de Belastingdienst voor de precieze regels.

De drie criteria voor een dienstverband

Of een samenwerking geldt als dienstverband, toetst de Belastingdienst aan drie criteria uit het arbeidsrecht. Zijn alle drie aanwezig, dan is er sprake van een arbeidsovereenkomst, ongeacht wat er op papier staat.

  • Gezag: de opdrachtgever geeft leiding en houdt toezicht op hoe het werk wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld door instructies, werktijden of functioneringsgesprekken
  • Persoonlijke arbeid: de zzp'er moet het werk zelf uitvoeren en mag zich niet vrij laten vervangen door iemand anders
  • Loon: er staat een vergoeding tegenover het werk, meestal in de vorm van een vast uur- of dagtarief

Vooral gezag en vervangbaarheid zijn in de praktijk doorslaggevend. Werk je feitelijk zoals een werknemer, met vaste werktijden, sturing van een leidinggevende en geen ruimte om een vervanger te sturen, dan weegt dat zwaar mee richting een dienstverband.

Werk je juist met eigen gereedschap, eigen planning, meerdere opdrachtgevers en draag je zelf ondernemersrisico, dan wijst dat richting zelfstandig ondernemerschap.

Belangrijk is dat de Belastingdienst en de rechter altijd naar het totaalbeeld kijken. Er is geen vast puntensysteem waarbij je twee van de drie criteria mag missen om buiten schema te vallen. Elke situatie wordt op de feiten beoordeeld, en één afwijkende afspraak op papier weegt niet op tegen een praktijk die structureel op loondienst lijkt.

De gevolgen voor de opdrachtgever

Voor de opdrachtgever is het financiële risico het grootst, want die draagt normaal gesproken de loonheffingen af.

Stelt de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vast, dan kan de opdrachtgever een correctieverplichting krijgen: het bedrijf moet alsnog loonbelasting en premies werknemersverzekeringen afdragen over de betaalde facturen. Vanaf 2026 kan daar een vergrijpboete bovenop komen.

Daarnaast loopt de opdrachtgever het risico dat de zzp'er achteraf gezien werknemersrechten claimt, zoals loondoorbetaling bij ziekte of ontslagbescherming. Bedrijven die structureel met zzp'ers werken, doen er daarom goed aan om de samenwerking regelmatig te toetsen. Meer over de juiste contracten en tarieven bij het werken met freelancers lees je in het artikel over uitbesteden en inhuren.

Ook indirecte kosten spelen mee. Denk aan de tijd die een controle van de Belastingdienst kost, de onzekerheid tijdens een lopend boekenonderzoek en mogelijke reputatieschade als bekend wordt dat een bedrijf structureel met schijnzelfstandigen werkt. Voor opdrachtgevers die met meerdere zzp'ers tegelijk werken, telt dat risico al snel op.

De gevolgen voor de zzp'er

Ook de zzp'er zelf loopt risico, ook al ligt de nadruk in de handhaving vaak op de opdrachtgever.

Wordt een samenwerking achteraf gezien als dienstverband, dan kan de zzp'er ondernemersvoordelen kwijtraken, zoals de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Die voordelen gelden alleen voor wie fiscaal als ondernemer wordt aangemerkt.

Ook de btw op eerder verstuurde facturen kan ter discussie komen te staan, want loon is geen omzet waarover btw wordt gerekend. Werk je structureel voor slechts één opdrachtgever, dan verhoog je dat risico aanzienlijk.

Zzp'ers die naast een vaste baan of naast een andere opdracht werken, doen er goed aan om spreiding aan te brengen in hun klantenkring. Hoe dat in de praktijk werkt, lees je in het artikel over freelancen als zzp'er en over zzp'en naast een vaste baan.

Hoe voorkom je schijnzelfstandigheid?

Schijnzelfstandigheid voorkomen draait vooral om één ding: zorgen dat de praktijk overeenkomt met wat er op papier staat.

  • Werk met een heldere opdrachtovereenkomst waarin resultaat centraal staat, niet uren of aansturing
  • Gebruik waar mogelijk een goedgekeurde modelovereenkomst, en houd je daadwerkelijk aan de afspraken erin
  • Zorg voor meerdere opdrachtgevers per jaar, in plaats van structureel voor één partij te werken
  • Laat de zzp'er eigen materiaal, eigen planning en eigen werkwijze gebruiken, zonder vaste werktijden op te leggen
  • Bouw echt ondernemersrisico in, bijvoorbeeld door geen doorbetaling bij ziekte of verlof toe te zeggen
  • Regel dat de zzp'er zich mag laten vervangen door een collega bij verhindering

Een modelovereenkomst die vóór 6 september 2024 is goedgekeurd, blijft geldig tot en met 31 december 2029. De Belastingdienst keurt sinds die datum geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed. Zie de toelichting van de Belastingdienst hierover.

Let op: een modelovereenkomst biedt alleen bescherming zolang je er ook echt naar handelt. Wijkt de praktijk af van het contract, dan verliest de overeenkomst haar beschermende werking. Werk je met personeel dat je uitleent aan andere bedrijven, controleer dan ook of je geregistreerd staat, zoals uitgelegd in het artikel over de WAADI-registratie.

De toekomst: Wet VBAR en het rechtsvermoeden

Naast de Wet DBA werkt het kabinet aan opvolgende wetgeving, de Wet VBAR, die de beoordeling van arbeidsrelaties verder moest verduidelijken.

Het oorspronkelijke plan bevatte een uitgebreid toetsingskader met criteria als organisatorische inbedding en werken voor eigen rekening en risico. Begin 2026 kondigde het kabinet aan dit verduidelijkingsdeel te schrappen.

Wat wel overeind blijft, is een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. Werk je onder een bepaalde tariefgrens, dan mag je er in beginsel van uitgaan dat je in loondienst werkt, en moet de opdrachtgever aantonen dat dit niet zo is.

Deze regeling is inmiddels aangenomen: de Eerste Kamer stemde op 16 juni 2026 in met het rechtsvermoeden-wetsvoorstel, na eerdere goedkeuring door de Tweede Kamer. Het treedt uiterlijk 31 december 2026 in werking. Tot die datum blijven de bestaande criteria uit de Wet DBA en de rechtspraak leidend voor de beoordeling van jouw arbeidsrelatie.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er als de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vaststelt?

De Belastingdienst kan de opdrachtgever een correctieverplichting en een naheffingsaanslag loonheffingen opleggen. Dat betekent dat de opdrachtgever alsnog loonbelasting en premies moet afdragen over het bedrag dat aan de zzp'er is betaald. Vanaf 1 januari 2026 kan daar ook een vergrijpboete bovenop komen.

Kan een zzp'er zelf ook een naheffing krijgen bij schijnzelfstandigheid?

Ja. Wordt een zzp'er achteraf gezien als werknemer, dan vervallen ondernemersvoordelen zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling met terugwerkende kracht. De Belastingdienst kan de inkomstenbelasting dan corrigeren en er kan een naheffing btw ontstaan over facturen die achteraf als loon worden aangemerkt.

Hoe ver kan de Belastingdienst terugvorderen bij schijnzelfstandigheid?

In principe corrigeert de Belastingdienst niet verder terug dan 1 januari 2025, de datum waarop het handhavingsmoratorium eindigde. Bij kwaadwillendheid, of als een eerdere aanwijzing niet is opgevolgd, kan de naheffing wel oplopen tot 5 jaar terug.

Biedt een modelovereenkomst nog zekerheid tegen schijnzelfstandigheid?

Een modelovereenkomst die vóór 6 september 2024 is goedgekeurd, blijft geldig tot en met 31 december 2029, en de Belastingdienst keurt sindsdien geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed. De overeenkomst biedt alleen bescherming zolang de praktijk ook echt overeenkomt met wat er op papier staat.

Wat verandert er met de Wet VBAR voor zzp'ers?

De Wet VBAR moest de criteria voor een dienstverband verder verduidelijken, maar dat verduidelijkingsdeel is begin 2026 geschrapt. Wat overblijft, is een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief: werk je onder die grens, dan mag je aannemen dat je in loondienst bent, tenzij de opdrachtgever het tegendeel bewijst.

Kernpunten

  • Schijnzelfstandigheid ontstaat als een zzp'er op papier zelfstandig werkt, maar in de praktijk feitelijk in loondienst is
  • De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid via de Wet DBA
  • Gezag, persoonlijke arbeid en loon zijn de drie criteria die samen een dienstverband bepalen
  • De opdrachtgever loopt risico op een naheffing loonheffingen en vanaf 2026 op een vergrijpboete
  • De zzp'er kan ondernemersvoordelen zoals de zelfstandigenaftrek met terugwerkende kracht kwijtraken
  • Een kloppende praktijk, spreiding van opdrachtgevers en een goede opdrachtovereenkomst blijven de beste bescherming

Schijnzelfstandigheid voorkom je niet met een contract alleen, maar met een samenwerking die ook in de praktijk klopt met wat er op papier staat. Twijfel je over jouw situatie als opdrachtgever of als zzp'er, bespreek het dan met een fiscalist of arbeidsjurist voordat de Belastingdienst het voor je doet.

Heb je een vraag over jouw specifieke samenwerking, stel 'm op het ondernemen-forum van CreativeDeals.

Gerelateerde artikelen

Bronnen

A
Geschreven door
Professioneel full-stack developer & oprichter van CreativeDeals

Angelo van Cleef is full-stack developer met 25+ jaar ervaring in o.a. PHP, JavaScript, TypeScript en Golang. Hij combineert softwareontwikkeling met SEO, SEA en platformgroei. Op het CreativeDeals-blog deelt hij praktische kennis voor ondernemers en developers.

Online:
Fabian