In box 3 betaal je belasting over je vermogen, maar niet over wat je er werkelijk mee verdient. De Belastingdienst rekent met een fictief rendement, en juist dat is al jaren onderwerp van juridische strijd.
In 2026 betaal je 36 procent belasting over dat aangenomen rendement, na aftrek van het heffingsvrij vermogen. Deze gids legt uit hoe box 3 werkt, hoe je de belasting berekent, en wat er verandert nu werkelijk rendement de norm wordt.
Wat je in deze gids leert
Deze gids is voor iedereen met spaargeld of beleggingen die wil begrijpen hoe de belasting over zijn vermogen tot stand komt. We lopen box 3 van begrip tot berekening langs.
- Wat box 3 is en hoe het zich verhoudt tot box 1 en box 2
- Welke bezittingen en schulden in box 3 vallen
- Hoe hoog het heffingsvrij vermogen in 2026 is
- Hoe je de belasting met het fictief rendement berekent
- Hoe je werkelijke rendement meetelt, nu en vanaf 2028
Ben je ondernemer, dan valt je winst in box 1. Lees daarvoor de bredere gids over belasting voor zzp'ers en ondernemers, want box 3 gaat alleen over je privévermogen.
Wat is box 3?
De inkomstenbelasting kent drie boxen, en box 3 is de box voor je vermogen. Het gaat om je inkomen uit sparen en beleggen.
Ter vergelijking: box 1 belast je inkomen uit werk en woning, en box 2 je inkomen uit een aanmerkelijk belang, zoals een groot aandelenpakket in je eigen bv. Box 3 staat daar los van.
Het bijzondere aan box 3 is dat het je niet belast op geld dat je echt hebt binnengekregen. Je betaalt over een rendement dat de wet aanneemt dat je hebt behaald.
Die vermogensrendementheffing peilt je vermogen op één vast moment: 1 januari van het belastingjaar. Wat je daarna met je geld doet, verandert de aanslag over dat jaar niet meer.
Wat valt er in box 3?
In box 3 tel je je bezittingen en schulden bij elkaar op tot je rendementsgrondslag. Het saldo daarvan bepaalt waarover je belasting betaalt.
Tot je bezittingen horen je spaargeld en banktegoeden, je beleggingen zoals aandelen en obligaties, een tweede woning, en overige bezittingen zoals uitgeleend geld. Kort gezegd: bijna al je vermogen dat niet in een andere box valt.
Je schulden mag je aftrekken, maar pas boven een drempelbedrag. Alleen het deel van je schulden boven die schuldendrempel verlaagt je grondslag.
Belangrijk is wat er níét in box 3 valt. Je eigen woning waarin je woont hoort in box 1, en een aanmerkelijk belang in box 2.
Verkoop je aandelen uit zo'n aanmerkelijk belang, dan speelt een ander regime. Lees daarvoor hoe de belasting bij het verkopen van aandelen in box 2 werkt.
Het heffingsvrij vermogen
Niet je hele vermogen wordt belast. Over een vast deel, het heffingsvrij vermogen, betaal je geen belasting.
In 2026 is dat heffingsvrij vermogen 59.357 euro per persoon. Voor fiscale partners geldt het dubbele, dus samen 118.714 euro.
Dat bedrag is iets hoger dan in 2025, toen het 57.684 euro was. Alleen het vermogen boven de vrijstelling telt mee voor de berekening.
Heb je dus 50.000 euro spaargeld en geen partner, dan betaal je in box 3 helemaal niets. Pas boven de grens begint de heffing.
Fictief rendement en de berekening
De kern van box 3 is het forfaitair rendement: een aangenomen percentage per soort bezitting. De Belastingdienst gebruikt in 2026 drie percentages.
Voor banktegoeden geldt 1,28 procent, voor overige bezittingen zoals beleggingen 6 procent, en voor schulden 2,70 procent. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn nog voorlopig en worden begin 2027 definitief vastgesteld.
Over het berekende rendement betaal je vervolgens 36 procent belasting. Dat tarief is het box 3-tarief van 2026.
Een voorbeeld maakt het concreet. Stel je hebt 100.000 euro spaargeld, geen schulden en geen fiscale partner.
Je trekt eerst het heffingsvrij vermogen eraf: 100.000 min 59.357 is 40.643 euro. Daarover reken je 1,28 procent forfaitair rendement, wat neerkomt op ongeveer 520 euro.
Over die 520 euro betaal je 36 procent belasting, dus zo'n 187 euro. Op een ton spaargeld is dat de hele box 3-heffing voor dat jaar.
Had je in plaats van sparen 100.000 euro belegd, dan rekent de fiscus met 6 procent in plaats van 1,28 procent. Je belasting zou dan ongeveer 878 euro zijn, en dat verschil laat precies zien waarom het fictief rendement zo omstreden is: je betaalt over een aangenomen 6 procent, ook als je beleggingen dat jaar niets opleverden.
Werkelijk rendement en de tegenbewijsregeling
Precies dat bezwaar is de kern van een jarenlange juridische strijd. In het Kerstarrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het belasten van een fictief rendement in strijd is met het Europees mensenrechtenverdrag.
In 2024 volgde een tweede uitspraak, waarin de Hoge Raad ook het herstelde forfait afwees. Dat leidde tot aanvullend rechtsherstel.
Het gevolg is de tegenbewijsregeling. Sinds 1 juli 2025 kun je via het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement aantonen dat je echte rendement lager was dan het forfaitaire.
Is dat zo, dan betaal je belasting over je werkelijke rendement in plaats van het fictieve. Het te veel betaalde bedrag krijg je terug.
Let op: het werkelijk rendement omvat ook de waardestijging van je beleggingen, niet alleen de ontvangen rente of dividend. De tegenbewijsregeling loont dus vooral in jaren waarin je vermogen weinig of niets opleverde.
Het nieuwe stelsel vanaf 2028
De tegenbewijsregeling is een tussenoplossing. De echte hervorming komt met een volledig nieuw stelsel dat box 3 baseert op werkelijk rendement.
De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, al moet de Eerste Kamer nog akkoord gaan.
In het nieuwe stelsel telt zowel je directe rendement, zoals rente, huur en dividend, als je indirecte rendement mee. Dat indirecte deel is de waardeontwikkeling van je bezittingen.
Daarmee verdwijnt het fictieve percentage en betaal je in principe over wat je vermogen echt oplevert. Tot die tijd blijft het huidige stelsel met de tegenbewijsregeling van kracht.
Omdat de invoering en de exacte regels nog kunnen schuiven, controleer je de actuele stand altijd bij de Belastingdienst voordat je je aangifte doet.
Veelgemaakte fouten
Rond box 3 gaat het vaak op dezelfde punten mis:
- Denken dat je belasting betaalt over je werkelijke rente of koerswinst, terwijl het forfait geldt
- Het heffingsvrij vermogen vergeten, waardoor je je eigen heffing overschat
- De tegenbewijsregeling niet gebruiken in een jaar dat je rendement laag of negatief was
- Schulden volledig aftrekken, terwijl alleen het deel boven de schuldendrempel meetelt
- De peildatum van 1 januari negeren en denken dat je vermogen halverwege het jaar telt
Voorkom ze door je vermogen op 1 januari goed vast te leggen en je werkelijke rendement bij te houden. Zo weet je of tegenbewijs de moeite waard is.
Waar begin je?
Begin bij het in kaart brengen van je bezittingen en schulden op 1 januari. Dat is de basis waarop je hele aanslag rust.
Reken daarna je forfaitaire heffing uit met de percentages van dat jaar, na aftrek van het heffingsvrij vermogen. Zo weet je wat de Belastingdienst standaard rekent.
Vergelijk dat tot slot met je werkelijke rendement. Was dat lager, dan dien je de tegenbewijsregeling in en betaal je over het echte bedrag.
Veelgestelde vragen
Wat is box 3 belasting?
Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat je vermogen belast: je spaargeld, beleggingen en overige bezittingen, min je schulden en het heffingsvrij vermogen. De Belastingdienst rekent daarbij niet met je werkelijke rendement, maar met een fictief, forfaitair rendement. Over dat aangenomen rendement betaal je belasting.
Hoeveel is het heffingsvrij vermogen in 2026?
In 2026 is het heffingsvrij vermogen 59.357 euro per persoon, en 118.714 euro voor fiscale partners samen. Over dat deel van je vermogen betaal je geen box 3-belasting. Alleen het vermogen daarboven telt mee voor de berekening.
Wat is fictief rendement in box 3?
Fictief of forfaitair rendement is het rendement dat de Belastingdienst aanneemt dat je op je vermogen behaalt, los van wat je er echt mee verdient. In 2026 gelden drie percentages: 1,28 procent voor banktegoeden, 6 procent voor overige bezittingen en 2,70 procent voor schulden. Over het saldo daarvan betaal je 36 procent belasting.
Kan ik box 3-belasting terugkrijgen als mijn rendement lager was?
Ja. Sinds 1 juli 2025 kun je via de tegenbewijsregeling met het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire. Is dat zo, dan betaal je belasting over je werkelijke rendement en krijg je het te veel betaalde terug.
Wat verandert er aan box 3 vanaf 2028?
Vanaf 2028 wil de overheid box 3 baseren op je werkelijke rendement in plaats van een fictief percentage. Dan tellen zowel je directe rendement, zoals rente, huur en dividend, als de waardeontwikkeling van je vermogen mee. De Tweede Kamer stemde in februari 2026 in met het wetsvoorstel, maar de definitieve invoering hangt nog af van de Eerste Kamer.
Kernpunten
- Box 3 belast je vermogen (sparen en beleggen), niet je werkelijke inkomen daaruit
- In 2026 is het heffingsvrij vermogen 59.357 euro per persoon, 118.714 euro voor partners
- Het forfaitair rendement is 1,28% voor banktegoeden, 6% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden, belast tegen 36%
- Was je werkelijke rendement lager, dan kun je dat sinds 1 juli 2025 met de tegenbewijsregeling aantonen
- Vanaf beoogd 2028 belast box 3 je werkelijke rendement, inclusief waardeontwikkeling
Box 3 is de meest omstreden box van de inkomstenbelasting, en dat is niet zonder reden: je betaalt er belasting over rendement dat je misschien nooit hebt gehaald. Tot het nieuwe stelsel er is, loont het om je werkelijke rendement bij te houden en tegenbewijs te overwegen.
Twijfel je over je eigen box 3-aangifte, stel je vraag dan op het ondernemen-forum van CreativeDeals.
