Naar hoofdinhoud
Home/Blog/Belasting voor zzp'ers en ondernemers: aangifte, aftrekposten en aanslagen/Box 3 belasting en fictief rendement: uitleg, box 3-inkomen en beleggen
Financieel

Box 3 belasting en fictief rendement: uitleg, box 3-inkomen en beleggen

A
Angelo
·9 juni 2026·Bijgewerkt op 5 augustus 2026·9 min leestijd
Box 3 belasting en fictief rendement: uitleg, box 3-inkomen en beleggen
Direct antwoord
In box 3 betaal je belasting over je vermogen: je spaargeld, beleggingen en overige bezittingen min je schulden en het heffingsvrij vermogen (in 2026 59.357 euro per persoon). De Belastingdienst rekent niet met je werkelijke rendement, maar met een fictief, forfaitair rendement: in 2026 1,28% voor banktegoeden, 6% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden. Over dat rendement betaal je 36% belasting. Was je werkelijke rendement lager, dan kun je dat sinds 1 juli 2025 aantonen via de tegenbewijsregeling, en vanaf 2028 is werkelijk rendement de basis.

In box 3 betaal je belasting over je vermogen, maar niet over wat je er werkelijk mee verdient. De Belastingdienst rekent met een fictief rendement, en juist dat is al jaren onderwerp van juridische strijd.

In box 3 in 2026 betaal je 36 procent belasting over dat aangenomen rendement, na aftrek van het heffingsvrij vermogen. Deze gids over de box 3 vermogensbelasting legt uit hoe de heffing werkt, hoe je rendement je belasting bepaalt, en wat er verandert nu werkelijk rendement de norm wordt.

Wat je in deze gids leert

Deze gids is voor iedereen met spaargeld of beleggingen die wil begrijpen hoe de belasting over zijn vermogen tot stand komt. We lopen box 3 van begrip tot berekening langs.

  • Wat box 3 is en hoe het zich verhoudt tot box 1 en box 2
  • Welke bezittingen en schulden in box 3 vallen
  • Hoe hoog het heffingsvrij vermogen in 2026 is
  • Hoe je de belasting met het fictief rendement berekent
  • Hoe je werkelijke rendement meetelt, nu en vanaf 2028

Ben je ondernemer, dan valt je winst in box 1. Lees daarvoor de bredere gids over belasting voor zzp'ers en ondernemers, want box 3 gaat alleen over je privévermogen.

Wat is box 3?

De inkomstenbelasting kent drie boxen, en box 3 is de box voor je vermogen. In belastingtaal heet dit je voordeel uit sparen en beleggen.

Ter vergelijking: box 1 belast je inkomen uit werk en woning, en box 2 je inkomen uit een aanmerkelijk belang, zoals een groot aandelenpakket in je eigen bv. Box 3 staat daar los van.

Het bijzondere aan box 3 is dat het je niet belast op geld dat je echt hebt binnengekregen. Je betaalt over een rendement dat de wet aanneemt dat je hebt behaald.

Die vermogensrendementheffing peilt je vermogen op één vast moment: 1 januari van het belastingjaar. Wat je daarna met je geld doet, verandert de aanslag over dat jaar niet meer.

Wat valt er in box 3?

In box 3 tel je je bezittingen en schulden bij elkaar op tot je rendementsgrondslag. Het saldo daarvan is je vermogen in box 3 en bepaalt de belastingheffing.

Tot je bezittingen horen je spaargeld en banktegoeden, je beleggingen zoals aandelen en obligaties, een tweede woning, en overige bezittingen zoals uitgeleend geld. Kort gezegd: bijna al je vermogen dat niet in een andere box valt.

Je schulden mag je aftrekken, maar pas boven een drempelbedrag. Alleen het deel van je schulden boven die schuldendrempel verlaagt je grondslag.

Belangrijk is wat er níét in box 3 valt. Je eigen woning waarin je woont hoort in box 1, en een aanmerkelijk belang in box 2.

Verkoop je aandelen uit zo'n aanmerkelijk belang, dan speelt een ander regime. Lees daarvoor hoe de belasting bij het verkopen van aandelen in box 2 werkt.

Het heffingsvrij vermogen

Niet je hele vermogen wordt belast. Over een vast deel, het heffingsvrij vermogen, betaal je geen belasting.

In 2026 is dat heffingsvrij vermogen 59.357 euro per persoon. Voor fiscale partners geldt het dubbele, dus samen 118.714 euro.

Dat bedrag is iets hoger dan in 2025, toen het 57.684 euro was. Alleen het vermogen boven de vrijstelling telt mee voor de berekening.

Heb je dus 50.000 euro spaargeld en geen partner, dan betaal je in box 3 helemaal niets. Pas boven de grens begint de heffing.

Fictief rendement en de berekening

De kern van box 3 is het forfaitair rendement: een aangenomen percentage per soort bezitting. De Belastingdienst gebruikt in 2026 drie percentages.

Voor banktegoeden geldt 1,28 procent, voor overige bezittingen zoals beleggingen 6 procent, en voor schulden 2,70 procent. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn nog voorlopig en worden begin 2027 definitief vastgesteld.

Over het berekende rendement betaal je vervolgens 36 procent belasting. Dat tarief is het box 3-tarief van 2026.

Een voorbeeld maakt het concreet. Stel je hebt 100.000 euro spaargeld, geen schulden en geen fiscale partner.

Je trekt eerst het heffingsvrij vermogen eraf: 100.000 min 59.357 is 40.643 euro. Daarover reken je 1,28 procent forfaitair rendement, wat neerkomt op ongeveer 520 euro.

Over die 520 euro betaal je 36 procent belasting, dus zo'n 187 euro. Op een ton spaargeld is dat de hele box 3-heffing voor dat jaar.

Had je in plaats van sparen 100.000 euro belegd, dan rekent de fiscus met 6 procent in plaats van 1,28 procent. Je belasting zou dan ongeveer 878 euro zijn, en dat verschil laat precies zien waarom het fictief rendement zo omstreden is: je betaalt over een aangenomen 6 procent, ook als je beleggingen dat jaar niets opleverden.

Reken je eigen situatie door met de box 3-calculator, dan zie je meteen hoeveel belasting de percentages van dit jaar opleveren.

Rendementspercentages door de jaren heen

De forfaitaire rendementspercentages liggen niet vast, maar bewegen elk jaar mee met de markt. Zo wordt je rendement per categorie berekend, met een eigen percentage per soort bezitting.

Voor beleggingen en overige bezittingen schommelt het percentage rond de 6 procent: 6,04 procent in 2024, 5,88 procent in 2025 en 6,00 procent in box 3 in 2026. Dat cijfer staat elk jaar vooraf vast.

Bij banktegoeden daalt het rendement op spaargeld juist met de spaarrente mee. Het ging van 1,44 procent in 2024 naar 1,37 procent in 2025 en 1,28 procent in 2026.

De percentages voor spaargeld en schulden worden pas na afloop van het jaar definitief. Voor 2026 stelt de Belastingdienst ze begin 2027 vast, dus reken je met een voorlopig cijfer.

Deze cijfers verklaren waarom je verdeling tussen spaargeld en beleggingen zoveel uitmaakt. Over hetzelfde totale vermogen valt de belasting op basis van 6 procent bijna vijf keer hoger uit dan op basis van 1,28 procent.

Werkelijk rendement en de tegenbewijsregeling

Precies dat bezwaar is de kern van een jarenlange juridische strijd. In het Kerstarrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het belasten van een fictief rendement in strijd is met het Europees mensenrechtenverdrag.

Het rechtsherstel dat daarop volgde gold voor de belastingjaren 2017 tot en met 2022. In 2024 wees de Hoge Raad ook het herstelde forfait af, wat tot aanvullend rechtsherstel leidde.

Het gevolg is de Wet tegenbewijsregeling box 3. Sinds 1 juli 2025 kun je via het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement aantonen dat jouw werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire.

Is dat zo, dan betaal je belasting over je werkelijke rendement in plaats van het fictieve. Je betaalt dus over de voor jou voordeligste berekening en het te veel betaalde bedrag krijg je terug.

Let op: het werkelijk rendement omvat ook de waardestijging van je beleggingen, niet alleen de ontvangen rente of dividend. De tegenbewijsregeling loont dus vooral wanneer je in werkelijkheid minder rendement haalde dan het forfait aanneemt.

Was je behaalde rendement laag of zelfs negatief, dan verlaag je met tegenbewijs je aanslag en betaal je minder belasting. Het werkelijke rendement doorgeven doe je via het formulier, met bewijs zoals de jaaroverzichten van je bank.

Het nieuwe stelsel vanaf 2028

De tegenbewijsregeling is een tussenoplossing. De echte hervorming komt met een volledig nieuw box 3-stelsel dat de heffing baseert op werkelijk rendement.

De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, al moet de Eerste Kamer nog akkoord gaan.

In het nieuwe stelsel telt zowel je directe rendement, zoals rente, huur en dividend, als je indirecte rendement mee. Dat indirecte deel is de waardeontwikkeling van je bezittingen.

Daarmee verdwijnt het fictieve percentage en betaal je in principe over wat je vermogen echt oplevert. Tot die tijd blijft het huidige stelsel met de tegenbewijsregeling van kracht.

Omdat de invoering en de exacte regels nog kunnen schuiven, controleer je de actuele stand altijd op de website van de Belastingdienst voordat je je aangifte doet.

Veelgemaakte fouten

Rond box 3 gaat het vaak op dezelfde punten mis:

  • Denken dat je belasting betaalt over je werkelijke rente of koerswinst, terwijl het forfait geldt
  • Het heffingsvrij vermogen vergeten, waardoor je je eigen heffing overschat
  • De tegenbewijsregeling niet gebruiken in een jaar dat je rendement laag of negatief was
  • Schulden volledig aftrekken, terwijl alleen het deel boven de schuldendrempel meetelt
  • De peildatum van 1 januari negeren en denken dat je vermogen halverwege het jaar telt

Voorkom ze door je vermogen op 1 januari goed vast te leggen en je werkelijke rendement bij te houden. Zo weet je of tegenbewijs de moeite waard is.

Waar begin je?

Begin bij het in kaart brengen van je bezittingen en schulden op 1 januari. Dat is de basis waarop je hele aanslag rust.

Reken daarna je forfaitaire heffing uit met de percentages van dat jaar, na aftrek van het heffingsvrij vermogen. Zo weet je wat de Belastingdienst standaard rekent.

Vergelijk dat tot slot met je werkelijke rendement. Was dat lager, dan dien je de tegenbewijsregeling in en betaal je over het echte bedrag.

Veelgestelde vragen

Wat is box 3 belasting?

Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat je vermogen belast: je spaargeld, beleggingen en overige bezittingen, min je schulden en het heffingsvrij vermogen. De Belastingdienst rekent daarbij niet met je werkelijke rendement, maar met een fictief, forfaitair rendement. Over dat aangenomen rendement betaal je belasting.

Hoeveel is het heffingsvrij vermogen in 2026?

In 2026 is het heffingsvrij vermogen 59.357 euro per persoon, en 118.714 euro voor fiscale partners samen. Over dat deel van je vermogen betaal je geen box 3-belasting. Alleen het vermogen daarboven telt mee voor de berekening.

Wat is fictief rendement in box 3?

Fictief of forfaitair rendement is het rendement dat de Belastingdienst aanneemt dat je op je vermogen behaalt, los van wat je er echt mee verdient. In 2026 gelden drie percentages: 1,28 procent voor banktegoeden, 6 procent voor overige bezittingen en 2,70 procent voor schulden. Over het saldo daarvan betaal je 36 procent belasting.

Kan ik box 3-belasting terugkrijgen als mijn rendement lager was?

Ja. Sinds 1 juli 2025 kun je via de tegenbewijsregeling met het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire. Is dat zo, dan betaal je belasting over je werkelijke rendement en krijg je het te veel betaalde terug.

Wat verandert er aan box 3 vanaf 2028?

Vanaf 2028 wil de overheid box 3 baseren op je werkelijke rendement in plaats van een fictief percentage. Dan tellen zowel je directe rendement, zoals rente, huur en dividend, als de waardeontwikkeling van je vermogen mee. De Tweede Kamer stemde in februari 2026 in met het wetsvoorstel, maar de definitieve invoering hangt nog af van de Eerste Kamer.

Wat is het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement in box 3?

Forfaitair rendement is het percentage dat de Belastingdienst aanneemt per soort bezitting, los van wat je vermogen echt oplevert. Werkelijk rendement is het rendement dat je daadwerkelijk hebt behaald, inclusief rente, dividend, huur en de waardeontwikkeling van je bezittingen. Was je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire, dan betaal je sinds 1 juli 2025 via de tegenbewijsregeling belasting over dat lagere bedrag.

Kernpunten

  • Box 3 belast je vermogen (sparen en beleggen), niet je werkelijke inkomen daaruit
  • In 2026 is het heffingsvrij vermogen 59.357 euro per persoon, 118.714 euro voor partners
  • Het forfaitair rendement is 1,28% voor banktegoeden, 6% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden, belast tegen 36%
  • Was je werkelijke rendement lager, dan kun je dat sinds 1 juli 2025 met de tegenbewijsregeling aantonen
  • Vanaf beoogd 2028 belast box 3 je werkelijke rendement, inclusief waardeontwikkeling

Box 3 is de meest omstreden box van de inkomstenbelasting, en dat is niet zonder reden: je betaalt er belasting over rendement dat je misschien nooit hebt gehaald. Tot het nieuwe stelsel er is, loont het om je werkelijke rendement bij te houden en tegenbewijs te overwegen.

Twijfel je over je eigen box 3-aangifte, stel je vraag dan op het ondernemen-forum van CreativeDeals.

Gerelateerde artikelen

Bronnen

A
Geschreven door
Professioneel full-stack developer & oprichter van CreativeDeals

Angelo van Cleef is full-stack developer met 25+ jaar ervaring in o.a. PHP, JavaScript, TypeScript en Golang. Hij combineert softwareontwikkeling met SEO, SEA en platformgroei. Op het CreativeDeals-blog deelt hij praktische kennis voor ondernemers en developers.

Online:
Josh